
Om een psychose te behandelen of een nieuwe psychose te voorkomen, kunt u medicijnen krijgen. Tachtig procent van de mensen die een psychose doormaakt, heeft er baat bij. U leest hier informatie over de behandeling met medicijnen die u bij het UCP kunt krijgen. Andere informatie over psychosen vindt u via de links aan de rechterkant van deze pagina.
Afhankelijk van uw klachten, kunt u het advies krijgen voor een poliklinische behandeling, dagbehandeling of opname.
Antipsychotica
Voor het bestrijden van uw psychotische klachten, kunt u medicijnen krijgen. Deze medicijnen worden ook wel antipsychotica genoemd. Ze zorgen er onder andere voor dat u minder last heeft van problemen in het denken, achterdocht, hallucinaties, angst en verwardheid. Ze zorgen er dus voor dat u weer baas wordt in eigen hoofd. De rustgevende werking merkt u al snel, maar het effect op de psychose merkt u meestal pas na twee of meer weken. Na vier tot zes weken is te beoordelen hoe goed de medicijnen werken. Het heeft daarom meestal geen zin om voor die tijd andere medicijnen te proberen.
Als u erg onrustig of angstig bent, kunt u tijdelijk aanvullende rustgevende medicijnen krijgen. Ook goede voorlichting, opvang en begeleiding kunnen uw klachten verlichten.
Het is belangrijk dat antipsychotica ook worden doorgebruikt als de symptomen verdwenen zijn. Antipsychotica als bescherming kunnen er voor zorgen dat symptomen niet of veel minder vaak terugkeren.
Veel mensen hebben moeite om zich te realiseren dat zij een psychische ziekte hebben en gedurende een lange periode medicijnen moeten slikken. De informatie hierna is bedoeld om u te helpen bij het nemen van een zo verstandig mogelijk besluit.
Soorten antipsychotica, werking en bijwerking
Klassieke antipsychotica
De eerste antipsychotica zijn in de jaren vijftig ontwikkeld. Deze medicijnen worden vaak klassieke antipsychotica genoemd. Het zijn effectieve middelen die nog steeds worden gebruikt. Voorbeelden van klassieke antipsychotica zijn haloperidol, flupentixol, zuclopentixol of perfenazine. Patiënten die klassieke antipsychotica gebruiken melden dat ze minder verward, minder psychotisch, minder angstig en rustiger worden. Ook zeggen ze gesprekken met anderen weer beter te kunnen begrijpen en zich meer in controle voelen over de eigen gedachten.
Sommige patiënten krijgen last van bijwerkingen. Door volgens moderne richtlijnen laag te doseren zijn de bijwerkingen vaak te voorkomen. Voorbeelden van bijwerkingen van klassieke antipsychotica zijn:
- Soms: spierkramp, stijfheid in de spieren, houterig bewegen, trillen van de handen, veel speeksel in de mond, een strak gezicht.
- Soms: drang tot onrustig bewegen of inwendige onrust.
- Soms: na jaren gebruik ontstaan soms onwillekeurige bewegingen van uw gezicht, romp of ledematen.
- Soms: duizeligheidklachten, emotionele vervlakking, trage stoelgang en stoornissen in de seksuele functies (minder zin in vrijen, orgasmeproblemen, erectieproblemen).
- Vrij vaak, maar afhankelijk van het middel en de aanleg: meer eetlust, toename van gewicht. Ook kan ontregeling van bloedsuikers en vetzuren in het bloed optreden.
- Vervlakking van het gevoelsleven.
Nieuwe antipsychotica
De nieuwe antipsychotica (atypische antipsychotica) bestaan sinds ongeveer 1988. Voorbeelden hiervan zijn clozapine, risperidon, olanzapine, quetiapine, sertindole, aripiprazole en ziprasidone. Ze zijn minstens zo effectief als de klassieke middelen, maar hebben minder ongewenste effecten op het bewegen. Patiënten die antipsychotica gebruiken melden dat ze hierdoor door minder verward, minder psychotisch, minder angstig en rustiger worden. Ook zeggen ze gesprekken met anderen weer beter te kunnen begrijpen en zich meer in controle voelen over de eigen gedachten.
Bijwerkingen die kunnen optreden zijn:
- Soms: een vlakke stemming, lichte slaperigheid of loomheid.
- Seksuele functieproblemen.
- Afhankelijk van het medicijn kan uw eetlust toenemen met als gevolg kans op overgewicht. Ook kan ontregeling van bloedsuikers en vetzuren in het bloed optreden.
- Clozapine kan slaapverwekkend werken, duizeligheidklachten en (zeldzaam) bloedafwijkingen veroorzaken. Daarom is bij dit medicijn een regelmatige bloedcontrole nodig.
De meeste bijwerkingen van de klassieke en de nieuwe antipsychotica zijn goed te bestrijden. Bij het optreden van bijwerkingen is het belangrijk dat u niet op eigen initiatief stopt met de medicatie, maar uw klachten met uw behandelend en/of persoonlijk begeleider bespreekt. Bijwerkingen kunnen soms bestreden worden door de dosering te veranderen, een ander geneesmiddel bij te geven, of door voor een ander antipsychoticum te gaan kiezen. De ervaring leert dat de benodigde dosering en de voorkeur voor een antipsychoticum, per patiënt sterk verschilt. Bij goed overleg tussen u en uw behandelaars lukt het meestal goed om een goede keus te maken.
De toedieningsvorm
De meeste antipsychotica krijgt u in tabletvorm. Ook zijn er antipsychotica in de vorm van een smelttablet, druppels of injecties verkrijgbaar. Een injectie met een verlengde werkingsduur is ook mogelijk. Dit wordt wel depot-antipsychotica genoemd. Het voordeel van depot-antipsychotica is dat ze slechts eenmaal per twee tot vier weken gegeven hoeven te worden. Ze worden vooral als onderhoudsmedicatie gebruikt om te voorkomen dat psychotische symptomen terugkeren.
Combinatie met andere medicijnen
Naast antipsychotica kunnen andere medicijnen geadviseerd worden. Bijvoorbeeld een anti-parkinsonmiddel om bijwerkingen als bewegingsstoornissen te bestrijden. Ook kunt u lithium of antidepressiva geadviseerd krijgen. Bij het combineren van meerdere geneesmiddelen let de arts er goed op of deze middelen samen te gebruiken zijn of dat de dosering aangepast moet worden.
Lithium kunt u voorgeschreven krijgen als u last heeft van depressies of manieën, of als het effect van antipsychotica te gering is. Toevoeging van Lithium kan dan een betere werking van het antipsychoticum geven. Lithium moet nauwkeurig worden gedoseerd worden. In een te lage dosering werkt het niet en een te hoge dosering veroorzaakt ongewenste verschijnselen, zoals trillen en minder goed kunnen nadenken. In zeer hoge doseringen kunnen gevaarlijke vergiftigingsverschijnselen optreden. Als u Lithium gebruikt, wordt uw bloed daarom regelmatig nagekeken.
Tijdens of na een psychose kunt u een depressie doormaken. Dit kan zich uiten in somberheid, matheid, futloosheid, eetlustvermindering, slaapproblemen, gewichtsverlies en gedachten aan de dood. Soms verdwijnen deze klachten vanzelf of veranderen de omstandigheden waardoor de depressie (mede) wordt veroorzaakt. Als dit niet het geval is, kunt u een antidepressivum krijgen. Antidepressiva worden soms ook voorgeschreven bij aanhoudende angst of dwangmatige klachten.
Tijdelijk kunt u rustgevende medicijnen voorgeschreven krijgen. Bijvoorbeeld om angst en slaapproblemen te verlichten. Voorbeelden van deze middelen zijn oxazepam, lorazepam of temazepam. Omdat deze rustgevende middelen op termijn minder goed werken en soms verslavend zijn, krijgt u ze meestal maximaal enkele weken voorgeschreven.
Meer informatie
Voor meer informatie over uw behandeling of voor advies kunt u contact opnemen met de Balie van het UCP, telefoon (050) 361 88 80. Meer informatie over de Balie en het zorgprogramma Psychosen, vindt u via het rechter keuzemenu.
De on-line versie van deze informatie kunt u vinden op:
http://psychiatrie.umcg.nl/ucp/patienten/Behandelvormen/psych_medicijnen.html
print deze pagina