
Voor diagnostiek en behandeling van ADHD, kan uw huisarts u verwijzen naar de polikliniek ADHD van het UCP. U kunt hier terecht voor ‘gewone’ diagnostiek en voor eendagdiagnostiek.
Het verschil tussen de gewone diagnostiek en de eendagdiagnostiek is dat u bij de gewone diagnostiek ook behandeling kunt krijgen op de polikliniek en dat is bij de eendagdiagnostiek niet het geval.
Om voor eendagsdiagnostiek in aanmerking te komen, moet u uw ouders mee kunnen nemen naar de polikliniek .
Aanmelden
Uw huisarts kan u aanmelden voor de polikliniek ADHD. Het UCP stuurt u vervolgens een brief waarin u kunt aangegeven of u in aanmerking wil komen voor de eendagsdiagnostiek. Als u in aanmerking wilt komen stuurt u de brief terug waarna u een uitnodiging met een aantal vragenlijsten ontvangt.
Kiest u voor de gewone diagnostiek, dan hoeft u de brief niet terug te sturen. U krijgt dan vanzelf een uitnodiging voor het polikliniekbezoek.
Voorbereiding
Om de diagnose ADHD met grote zekerheid te kunnen stellen of uit te sluiten, is het belangrijk dat het UCP informatie heeft over uw ontwikkeling tot uw twaalfde jaar. ADHD is namelijk een stoornis waarvan de symptomen zichtbaar worden op kinderleeftijd. Tijdens uw jeugd moeten er al symptomen aanwezig zijn geweest om de diagnose ADHD op volwassen leeftijd te kunnen stellen.
Om zoveel mogelijk informatie te krijgen uit uw jeugd, is het belangrijk dat uw ouders meekomen naar de polikliniek. Is dat niet mogelijk, neemt u dan iemand anders mee die informatie over u heeft uit die periode. Bijvoorbeeld een oudere broer of zus of een oom of tante.
‘Gewone’ diagnostiek en behandeling
Om een diagnose te kunnen stellen, komt u voor een psychiatrisch onderzoek naar de polikliniek. Een arts of psychiater stelt u dan allerlei vragen aan de hand van een vragenlijst. Om van ADHD te kunnen spreken, moeten uw klachten al voor uw zevende jaar zijn ontstaan en tot problemen leiden. Om te kunnen onderzoeken of dit bij u zo is, is het nodig dat uw ouders bij het onderzoek aanwezig zijn. Zij kunnen dan specifieke vragen beantwoorden over uw ontwikkeling in uw eerste levensjaren. Naast het afnemen van de vragenlijst onderzoekt de arts of uw klachten een lichamelijke oorzaak hebben.
Ongeveer twee weken na het onderzoek heeft u een adviesgesprek met degene die u onderzocht heeft. In dit gesprek worden de diagnose en de behandelmogelijkheden van uw klachten besproken. Enkele mogelijkheden zijn:
- voorlichting over uw stoornis (psycho-educatie);
- medicatie;
- individuele gedragstherapie, psychomotorische therapie of coaching zodat u op een concrete manier om leert gaan met uw klachten;
- contact met lotgenoten.
Meer informatie over psycho-educatie en psychomotorische therapie vindt u via het rechter keuzemenu.
Ééndagdiagnostiek
Het vragenformulier dat het UCP u heeft toegestuurd laat u door uw ouders of een andere betrokkene invullen. Het formulier stuurt u vervolgens terug naar het UCP.
Als u eerder psychiatrische hulp heeft gezocht, ontvangt het UCP hierover graag informatie van u of uw huisarts. Ook ontvangt het UCP graag informatie over eventuele lichamelijke problemen en het gebruik van medicijnen. Dit kan namelijk een rol spelen bij uw klachten.
Als u de informatie van tevoren opstuurt, kan het UCP uw gegevens doornemen voordat u op de polikliniek komt. Tijdens het polikliniekbezoek kunnen er dan gerichte vragen worden gesteld.
Op de dag dat u naar de polikliniek komt, krijgt u een aantal onderzoeken:
- U heeft een gesprek van een half uur met de psychiater en /of de psycholoog . Tijdens dit gesprek bespreekt u uw klachten. Uw partner of een andere betrokkene kan hierbij aanwezig zijn.
- Samen met u en uw ouders of de andere persoon die u heeft meegenomen, neemt de psycholoog uw ontwikkelingsgeschiedenis door. Dit gesprek duurt een uur.
- Een verpleegkundige vraagt u kort naar uw eventuele lichamelijke klachten. Ook prikt hij bloed om na te gaan of uw lever-, nier- en schildklierfuncties goed zijn.
- U vult op een computer een aantal vragenlijsten in die gericht zijn op uw klachten, ADHD en andere psychiatrische problemen. Dit onderzoek duurt één tot anderhalf uur.
De gegevens van de verschillende onderzoeken bespreken de teamleden met elkaar, terwijl u met uw familieleden in de dagruimte luncht. De lunch krijgt u aangeboden door het UCP. De bevindingen worden daarna met u besproken. Uw huisarts ontvangt een verslag van de bevindingen.
Als bij u de diagnose ADHD wordt gesteld, ontvangt u een uitnodiging voor deelname aan de psycho-educatiecursus over ADHD , die door het UCP gegeven wordt.
Direct uw medicijnen mee
Als de arts u medicijnen of hulpmiddelen heeft voorgeschreven, kunt u deze na uw ziekenhuisbezoek meestal meteen afhalen of bestellen bij Apotheek de Sprong. U vindt de apotheek in de centrale hal van het UMCG. Meer informatie over Apotheek de Sprong vindt u via de link onder aan deze pagina.
Meer informatie
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de Balie van het UCP, telefoonnummer (050) 361 88 80. Meer informatie over de Balie vindt u via het rechter keuzemenu.
Links
Apotheek de Sprong
De on-line versie van deze informatie kunt u vinden op:
http://psychiatrie.umcg.nl/ucp/patienten/Polikliniekbezoek/Polikliniek_ADHD.html
print deze pagina